Praktijkcasus in samenwerking met Shofu - door Erik-Jan Muts
Gebitsslijtage vormt een steeds vaker voorkomende restauratieve uitdaging binnen de algemene praktijk. Het herstellen van verloren tandweefsel vraagt niet alleen om een esthetisch en functioneel eindresultaat, maar ook om een voorspelbare en efficiënte werkwijze. Digitale en analoge technieken maken het tegenwoordig mogelijk om een zorgvuldig ontworpen opwas nauwkeurig te vertalen naar de mondsituatie. De stempeltechniek met transparante siliconenmallen en verwarmd composiet biedt daarbij interessante mogelijkheden. Door gebruik te maken van een vooraf vervaardigde wax-up kan de gewenste anatomie gecontroleerd worden overgebracht, terwijl de behandelaar tegelijkertijd profiteert van een gestandaardiseerd en reproduceerbaar proces.
In deze casus wordt de behandeling van een patiënt met ernstige frontale en posterieure slijtage beschreven. Stap voor stap wordt toegelicht hoe met behulp van orthodontische voorbehandeling, een proefopbouw, verwarmd composiet en de stempeltechniek een voorspelbaar en duurzaam resultaat werd gerealiseerd.
|
Erik-Jan Muts (2013, Rijksuniversiteit Groningen) is tandarts-eigenaar bij MP3 Tandartsen te Apeldoorn en erkend als Restauratief Tandarts door de NVVRT. Hij is gespecialiseerd in esthetische en reconstructieve tandheelkunde. In 2013 won hij de 3M Espertise Talent Awards met het ‘Digitaal Rehabilitatie Concept’ en in 2015 ontving zijn artikel ‘Tooth Wear: A Systematic Review of Treatment Options’ de Glen P. McGivney Scientific Writing Award voor beste systematische review in 2014. Erik-Jan is bestuurslid van de Dutch Academy of Esthetic Dentistry (DAED), mede-oprichter van KARMA. Dentistry en zit in de Raad van Advies voor InterCongress. |
|
De 52-jarige Hendrik werd naar mij verwezen voor de behandeling van gebitsslijtage. Slijtage was met namelijk aanwezig in het front (figuur 1-5) en attritie leek het grootste aandeel te hebben in de oorzaak ervan. Hendrik wenste een ‘natuurlijk’ herstel van zijn gebit. |
|
|
|
Figuur 3 |
|
Figuur 5
Om na opbouw een gunstige krachtverdeling te kunnen bereiken werden de gebitselementen voorafgaand aan het restauratieve traject in een meer gunstige positie gezet met clear aligners (figuur 6). Daarna werd er door het tandtechnisch laboratorium (Oral Design Center Blaricum) een opwas (wax-up) gemaakt. Deze opwas werd omgezet in de mond met een tijdelijk vulmateriaal (Luxatemp Star, DMG), dit wordt ook wel de mock-up genoemd. Met deze tijdelijke opbouw kon Hendrik 4 weken proefdraaien (figuur 7).
Figuur 6 |
|
Na de proefperiode was Hendrik nog steeds tevreden en werd besloten om de wax-up nu meer definitief om te zetten in de mond met composiet. Tijdens het verwijderen van de mock-up kan men goed zien om hoeveel materiaal het eigenlijk gaat (figuur 8).
Figuur 8
De volgende zaken zijn van belang om met de stempeltechniek de opwas goed om te kunnen zetten in de mond;
(1) een mooie en duidelijke opwas die stopt boven het tandvlees en die interdentaal de elementen niet laat versmelten,
(2) stevige en gedetailleerde mallen van transparant siliconen in een gelijkmatige dikte,
(3) bij een relatief grotere opbouw met weinig stops een alternerend model en een alternerende mal,
(4) verwarmde mal en verwarmd composiet en (5) het uitblokken van interdentale ruimtes en buurelementen.
Om een gelijkmatige dikte van de transparante siliconen (Clearform X, Shofu) te kunnen krijgen, werden eerst putty-stops in een partiele metalen lepel (zonder rimlock) gemaakt, daarna werd de transparante siliconen aangebracht op het model en in de lepel (figuur 9-10). Door de afdruk daarna uit te laten harden in een drukpan, wordt de kans op luchtbellen een stuk kleiner.
Figuur 9 |
|
De opwas van de zijdelingse delen in de onderkaak was dusdanig veel, dat werd besloten om een alternerend model te maken (figuur 12). Op dit model wordt ook een siliconen mal gemaakt en deze mal wordt de eerste keer gebruikt. Op deze manier kunnen de 48, 46 en 43 worden opgebouwd met voldoende steun/stops op de 46 en 44.
|
|
Allereerst werd het 4e kwadrant geïsoleerd onder cofferdam (figuur 13). Daarna werden de oude vullingen verwijderd en alles gezandstraald met 29um aluminium oxide (AquaCare Twin, Velopex of kies Prepstart van Danville). De buur elementen werden ingepakt met tape en ook de interdentale ruimtes werden uitgeblokt (figuur 14-15).
|
|
Daarna wordt het verwarmde composiet (Beautifil II LS A2, Shofu) aangebracht in de verwarmde alternerende siliconen mal. Op het moment dat de 46 en de 44 goed zichtbaar werden door de mal heen, was het aannemelijk dat de mal goed op zijn plek was gekomen en kon worden gestart met de polymerisatie. Daarna werd alle overmaat aan composiet weggehaald (figuur 16) en kon vervolgens de behandeling worden voortgezet met opbouw van de 46 en de 44.
Figuur 16 |
Figuur 17 |
Figuur 18 |
Ook hier werd eerst de oude vulling vervangen en daarna alles geïsoleerd (figuur 17). Wederom werd de mal gevuld en aangebracht (figuur 18). Het verwijderen van alle overmaat is altijd veel werk, ook in deze casus. Na afwerken en polijsten ziet het er al snel beter uit (figuur 19).
Figuur 19
Alle zijdelingse delen werden bij Hendrik op deze manier hersteld met composiet; in de onderkaak met alternerende modellen en in de bovenkaak door alles in één keer te stempelen. Zowel het boven- als onderfront is uit de hand hersteld nadat de palatinale/linguale vormgeving was gedaan met een siliconen index. Follow-up na 6 maanden (figuur 20-24).
Figuur 20 |
|
Figuur 22 |
|
Figuur 24
Deze casus illustreert het voorspelbaar omzetten van een opwas in de mond middels de stempeltechniek met verwarmd composiet en alternerende modellen.
Gebruikte materialen:
Clearform X
Een volledig transparant siliconenmateriaal dat zich uitstekend leent voor de injectietechniek, zowel bij directe als bij indirecte restauraties.
Wat is er nu uniek aan Beautifil II LS?